Extract
f2 koemelk
ALEX3: ja
Opmerkingen: componentenanalyse wordt niet standaard aanbevolen bij de beoordeling van een koemelkallergie, maar kan wel inzicht geven in de tolerantie voor verwarmde melk. Klinisch relevante kruisreactiviteit tussen koemelk, geitenmelk en schapenmelk komt frequent voor.
Componenten
f76 nBos d 4
Eiwitfamilie: α-lactalbumine
Hittestabiel: nee
ALEX3: ja
Opmerkingen: Bos d 4, Bos d 5 en Bos d 8 behoren tot de belangrijkste allergenen die een rol kunnen spelen bij koemelkallergie. Sensibilisatie uitsluitend voor Bos d 4 en/of Bos d 5 is geassocieerd met tolerantie voor sterk verhitte melk in gekookte of gebakken producten. IgE antistoffen tegen Bos d 4 kunnen kruisreageren met Bos d 5.
f77 nBos d 5
Eiwitfamilie: β-lactoglobuline
Hittestabiel: nee
ALEX3: ja
Opmerkingen: Bos d 4, Bos d 5 en Bos d 8 behoren tot de belangrijkste allergenen die een rol kunnen spelen bij koemelkallergie. Sensibilisatie uitsluitend voor Bos d 4 en/of Bos d 5 is geassocieerd met tolerantie voor sterk verhitte melk in gekookte of gebakken producten. IgE antistoffen tegen Bos d 5 kunnen kruisreageren met Bos d 4.
e204 nBos d 6
Eiwitfamilie: serum albumine
Hittestabiel: nee
ALEX3: ja
Opmerkingen: IgE-antistoffen tegen Bos d 6 kunnen in vitro kruisreageren met serumalbumines van andere zoogdieren, zoals kat (fel d 2), hond (Can f 3) en varken (Sus s 1). Deze kruisreactiviteit leidt slechts zelden tot een klinisch relevante voedselallergie, omdat serumalbumines niet hittestabiel zijn en door verhitting grotendeels worden geïnactiveerd.
f78 nBos d 8